Actueel

’Veenvrij’ telen: Balanceren op een dunner koord met hernieuwbare grondstoffen

Geschreven door ErfGoed | Jan 9, 2024 7:45:53 AM

Boomkwekers en telers van vaste planten staan voor de uitdaging om de milieu-impact van hun substraatmengsels te reduceren. De lat ligt hoog: in 2050 moet deze impact zijn teruggebracht tot nul. Dat betekent volgens Twan van den Berg van potgrondleverancier Van der Knaap Groep automatisch dat veen een minder prominente plek zal gaan innemen in mengsels. Hernieuwbare grondstoffen zullen daarentegen aan terrein winnen. Het waarborgen van een goede productkwaliteit wordt daardoor een grotere uitdaging. Ook vergen watergift en bemesting meer aandacht.

De discussie rondom de transitie naar ‘veenvrij’ houdt de sector al enkele jaren bezig. Twan van den Berg, directeur business unit Substraat bij Van der Knaap, is echter van mening dat ‘veenvrij’ in dit geval niet de juiste term is. “Het verminderen van de totale milieu-impact van potgrond- en substraatmengsels, dat is waar het om draait”, benadrukt hij. “En dat zal waarschijnlijk betekenen dat het aandeel veen wordt teruggeschroefd, maar het is te kort door de bocht om te zeggen dat we helemaal van het veen af moeten.

Het gaat om de impact van het mengsel als geheel. En het kan best zijn dat veen daarin een rol blijft vervullen, zij het in beperkte mate. Zeker omdat veen het, met zijn positieve teelteigenschappen, ook mogelijk maakt om hernieuwbare grondstoffen in te zetten en te komen tot een uitgebalanceerd mengsel. In ieder geval moet de milieu-impact van substraatmengsels in 2050 zijn gereduceerd tot nul, zo hebben de sector, overheden, ngo’s en andere betrokken partijen afgesproken in een convenant. En ook retailers stellen steeds meer eisen op dit vlak.”

Preciezer watergeven en bemesten

Feit is dus dat het aandeel veen in mengsels fors zal worden teruggeschroefd. En dit is teelttechnisch gezien een aderlating, volgens Van den Berg. “Veen heeft namelijk enkele hele goede teelttechnische eigenschappen. Zo is dit licht, heeft deze grondstof een grote vocht- en voedingsbuffer en is sprake van een hoge zuurgraad. Deze eigenschappen zijn heel handig voor kwekers: een ‘foutje’ qua watergift of bemesting wordt bij veen heel makkelijk genivelleerd. Het luistert dus niet uitermate nauw.”

Dat zal volgens Van den Berg veranderen naarmate meer hernieuwbare grondstoffen - bijvoorbeeld kokos, compost en houtvezel - worden toegevoegd aan mengsels. “Kwekers zullen hierbij meer inspanningen moeten leveren om een goede productkwaliteit te kunnen realiseren. Dat komt met name omdat deze grondstoffen doorgaans een pH hebben van boven de 6. Een boomkwekerijgewas groeit daarentegen het beste bij een pH tussen 5,5 en 6.

Daarnaast is de vocht- en voedingsbuffer van deze hernieuwbare grondstoffen kleiner dan bij veen. Dat betekent dat water en meststoffen sneller uitspoelen en je als kweker vaker moet terugkomen en preciezer zult moeten watergeven en bemesten. Ofwel: je balanceert op een dunner koord. Het is aannemelijk dat dit de productkwaliteit zal beïnvloeden en het uitvalspercentage zal doen stijgen. Overigens wordt er wel veel onderzoek gedaan naar geschikte hernieuwbare en circulaire grondstoffen en het gebruik hiervan.”

Er bovenop zitten

De hamvraag is natuurlijk hoe je als kweker toch de productkwaliteit zo goed mogelijk op peil kunt houden wanneer je gaat werken met een mengsel met veel hernieuwbare grondstoffen. “Het is vooral cruciaal om er bovenop te zitten, continu te kijken wat het gewas nodig heeft aan water en voeding. De inzet van vochtsensoren kan hierbij helpen.”

Van den Berg verwacht niet dat de geschetste transitie grote veranderingen zal vergen in het watergeefsysteem op kwekerijen. “Maar omdat water en meststoffen sneller uitspoelen, wordt opvang van water nóg belangrijker. Hergebruik van water zal waarschijnlijk lastiger worden, doordat hierin meer ballastzouten ophopen, waar de plant niets mee kan.

Kortom: de transitie richting substraatmengsels met minder milieu-impact stelt de sector voor grote uitdagingen!”